Martine Bijl | 366 Bijzondere Nederlanders

Gepubliceerd op 19 maart 2026 om 09:57
Digitale bewerking portret Martine Bijk

Martine Bijl (1948-2019)

Zangeres · Cabaretière · Schrijfster · Taalvirtuoos

Vandaag vieren we de geboortedag van Martine Bijl, meesteres van de droge humor.

Verder in dit blog haar biografie

De digitale bewerking van haar portret en de verjaardagskalenders met
366 bijzondere Nederlanders, zijn made by me, Frieke.

 

Click op de afbeelding om de kalender te bekijken.

Martine Bijl: taalvirtuoos en meesteres van de droge humor

Martine Bijl (Amsterdam, 19 maart 1948 – Maarssen, 30 mei 2019) was een van de meest veelzijdige en geliefde Nederlandse artiesten van de twintigste en eenentwintigste eeuw. Als zangeres, cabaretière, actrice, presentatrice, schrijfster en vertaalster liet zij overal waar zij verscheen een onuitwisbaar stempel achter. Wat haar onderscheidde van tijdgenoten was niet alleen haar brede talent, maar ook haar karakteristieke stijl: onderkoeld-geestig, eerlijk, intelligent en wars van dikdoenerij.

Bijl had een aangeboren gevoel voor taal en een gevatte pen. Haar humor was droog en subtiel, haar teksten scherp zonder ooit te kwetsen. Of het nu ging om een luchtig cabaret­nummer, een column, een musical­vertaling of een persoonlijk memoir — haar stem was altijd onmiskenbaar die van Martine Bijl: witty, precies en van een verfijnde ironie die haar onderscheidde van elke andere artiest in het Nederlandse taalgebied.

 

Vroege jaren: een talent ontdekt op het Spinoza Lyceum

Martine Bijl werd geboren op 19 maart 1948 in Amsterdam als dochter van een huisarts. Ze groeide op in een intellectueel, warm milieu en volgde haar middelbareopleiding aan het Spinoza Lyceum in Amsterdam. Vrienden kenden haar als 'Pientje' — een koosnaampje dat haar scherpe geest en leergierigheid treffend samenvatte.

Al als tiener zong ze liedjes op schoolfeestjes, waarbij ze zichzelf begeleidde op gitaar. Rond 1965 werd ze ontdekt door Ben Levi, een autoriteit op het gebied van het Franse chanson. Via hem raakte ze in contact met manager Evan Durlacher en werd haar eerste ep opgenomen: Chansons, met liedjes van Anne Sylvestre, bewerkt door Ernst van Altena. Kort daarna leerde ze radio- en tv-presentator Willem Duys kennen, die een bepalende rol zou spelen in haar verdere loopbaan.

In november 1965 maakte ze haar televisiedebuut in het programma Cabaretkroniek. Het was het begin van een carrière die meer dan vijftig jaar zou duren.

 

Muzikale doorbraak: de liedjes die Nederland veroverde

In 1966 bracht Martine Bijl haar debuutalbum Martine Bijl zingt uit. Twee nummers sloegen onmiddellijk aan: De makelaar van Schagen en Bloemendaalse bos. Met deze liedjes vestigde ze haar naam als een van de meest eigenzinnige nieuwe stemmen in de Nederlandse kleinkunst. Ze zong niet louter andermans woorden: haar teksten hadden pit, humor en een eigen perspectief.

In 1966 vertegenwoordigde ze Nederland op het Knokke Song Festival, samen met onder anderen Ronnie Tober. De Nederlandse delegatie won het festival. In 1967 verscheen haar tweede album 12 Nieuwe Luisterliedjes, geheel Nederlandstalig en grotendeels eigen werk — Martine Bijl was daarmee een van de eerste zangeressen van het 'luisterlied': liedjes die je bewust beluistert, niet als achtergrond­muziek.

In 1968 ontving ze de Edison Award voor de plaat Liedjes uit de tijd van Ot en Sien, een project van componist Henk van der Molen. Het was het begin van een langdurige en vruchtbare samenwerking.

 

Bekende liedjes van Martine Bijl

De discografie van Martine Bijl beslaat tientallen singles en albums. Haar bekendste en meest geliefde nummers zijn:

De makelaar van Schagen (1966) – Haar allereerste grote hit, waarmee ze op haar achttiende doorbrak.

Bloemendaalse bos (1966) – Een vrolijk, licht ironisch nummer dat haar imago als chansonniére vestigde.

Limburgs Klaaglied (1977) – Een raak parodienummer op carnavalsliedjes; bereikte de dertiende plek in de Nationale Hitparade.

Hoe zou 't met Rosa zijn? (1980) – Een absurdistische klassieker over een boerin die op vakantie in Tirol voortdurend aan haar koeien denkt — Roza, Jacoba en Annie II.

Vanmorgen vloog ze nogEen ontroerend duet uit de musical Tsjechov, samen met Simone Kleinsma, Robert Paul en Robert Long.

Kinderliedjes en sprookjesalbums – In 1975 bracht ze Martine Bijl zingt Andersen uit, met composities van Henk van der Molen gebaseerd op sprookjes van Hans Christian Andersen. Ze ontving hier de Louis Davids-prijs voor.

Haar liedjes kenmerkten zich altijd door dezelfde kwaliteiten die ook haar proza definieerden: scherpe observaties, wrange humor, precieze woordkeuze en een afkeer van goedkope sentiment.

 

Schrijfstijl en humor: onderkoeld, eerlijk en wars van dikdoenerij

Meer dan haar stem was het Martine Bijls pen die haar onderscheidde. Ze had een zeldzame gave: de vaardigheid om emoties — ook zware — te beschrijven met een lichte hand en een droge glimlach. Haar humor was nooit goedkoop, nooit makkelijk, altijd intelligent. Mensen die haar persoonlijk kenden, beschreven haar als 'witty' en onderkoeld geestig — iemand die je met één enkele zin kon ontwapenen.

Die stijl was geen aangeleerd trucje. Ze was een echte taalvirtuoos: ze speelde met woorden zoals anderen met muzikale noten spelen. Als vertaalster van musicals als The Lion King, Billy Elliot, Aïda en Beauty and the Beast toonde ze hoe moeilijk het is om humor, ritme en betekenis gelijktijdig te bewaren in een andere taal — en hoe weinigen dat zo goed konden als zij.

"Ze had een hekel aan dikdoenerij. In haar teksten, in haar optreden, in haar leven. Dat maakte haar zo betrouwbaar."

Ook in haar cabaretwerk was haar stijl onmiskenbaar: wrang, direct, eerlijk. Geen opsmuk, geen aandikken. Juist die terughoudendheid maakte haar observaties des te treffender. Ze signaleerde het absurde in het gewone — en liet het publiek zelf lachen, zonder het bij de hand te nemen.

 

Rinkeldekink: eerlijkheid over ziekte, revalidatie en depressie

Het meest sprekende voorbeeld van haar schrijfstijl is haar boek Rinkeldekink (2018), dat ze schreef na haar hersenbloeding in 2015. In dit memoir beschrijft Bijl haar subarachnoïdale bloeding, de zware revalidatie die volgde en de diepe depressie waarmee ze moest worstelen — met een toon die evenzeer wrang als ontroerend is.

Waar een ander misschien zou kiezen voor een verheffend ziektenarratief of zelfbeklag, koos Bijl voor iets veel moeilijkers: eerlijkheid. Ze schreef over vermoeidheid, onmacht, verlies van identiteit en de traagheid van herstel zonder ook maar één keer te vervallen in sentiment. Haar humor bleef, maar was nu donkerder, grimmiger — en daardoor des te authentieker.

"Aan het eind van elke dag denk ik: goddank, weer een dag voorbij. Ik ben moe, zo moe."

Rinkeldekink werd door critici en lezers als een opvallend en indrukwekkend boek beschouwd — juist omdat Bijl weigerde de dingen mooier te maken dan ze waren. Het boek gaf een inkijk in een kant van haar die het grote publiek niet kende: kwetsbaar, worstend, maar nooit zielig. Haar stem was ook hier die van de scherpe waarnemer die zichzelf niet spaart.

Na haar dood verscheen postuum de bundel Van dit en dat en van alles wat, samengesteld door haar man Berend Boudewijn. Het bevat jeugdherinneringen, anekdotes, speeches en dagboekfragmenten — een gevarieerd portret van een vrouw die tot het einde bleef schrijven, observeren en nadenken.

 

Televisie, theater en de legendarische HAK-reclames

Televisie: van Wie van de drie? tot Heel Holland Bakt

Martine Bijl bouwde naast haar muzikale carrière een indrukwekkende televisieloopbaan op. Ze werd een vast panellid in het spelletje Wie van de drie? (1971–1983), waarmee ze wekelijks te gast was bij miljoenen kijkers. Haar snelle reacties, droge commentaar en timing maakten haar tot een geliefde televisiefiguur.

Van 1975 tot 1979 had ze haar eigen televisieserie: Martine. Een aflevering werd in 1978 als Nederlandse inzending gestuurd naar het televisiefestival in Montreux. Later speelde ze in de comedyseries Het Zonnetje in Huis (Nederlandse versie van Tom, Dick and Harriet) en Kees & Co (een bewerking van 2point4 Children), waarvoor ze in 1998 het Gouden Beeld ontving.

Van 2013 tot 2015 was ze gastvrouw van het fenomenaal populaire Heel Holland Bakt op NPO 1. Haar warmte, humor en oprechte interesse in de deelnemers maakten haar tot de perfecte host van dit programma. In september 2015 werd ze tijdens de opnames getroffen door een hersenbloeding, waarna ze het programma niet meer kon presenteren.

Theater en cabaret

Theater was voor Martine Bijl altijd een tweede thuis. Tussen 1983 en 1990 maakte ze succesvolle eenvrouwstheatervoorstellingen waarvoor ze in 1984 de Scheveningen Cabaretprijs ontving. In haar theaterwerk kwamen alle kanten van haar talent samen: zang, vertelkunst, komisch observatievermogen en die typische onderkoelde toon die haar liedjes en teksten kenmerkte.

Haar bekendste cabarettypetje was Agnes de Boer, een fictieve verslaggeefster van roddelblad Inkijk - losjes gemodelleerd naar een echte journalist bij Prive. Het typetje debuteerde al in haar TROS-televisieshows van de jaren zeventig en keerde terug in haar theaterprogramma's van 1983-1990. Hilarisch, precies en met die typische Bijl-toon: scherp, maar nooit gemeen.

 

De legendarische HAK-reclames

Een van de meest iconische hoofdstukken in de carrière van Martine Bijl zijn haar optredens in de reclamespotjes van groentenconservenfabrikant HAK. Jarenlang was zij het gezicht van het merk, wijdbeens staand in velden vol prei of spinazie. De reclames werden een nationaal begrip. In 2013 nam Bijl officieel afscheid van HAK, met een bijzonder afscheidsfilmpje dat door heel Nederland werd besproken.

 

Schrijfster en vertaalster: van kinderboeken tot West End

Naast haar artistieke loopbaan op podium en scherm was Martine Bijl een productieve schrijfster en vertaalster. Al in 1969 verscheen haar eerste zelf geschreven en geïllustreerde kinderboek Elfje Twaalfje. In 1974 werkte ze samen met illustrator Anton Pieck aan Sprookjes van de Efteling, een boek dat generaties kinderen zou betoveren.

Haar vertalingen van musicals zijn legendarisch in de Nederlandse theaterwereld. Ze bewerkte onder andere The Lion King, Billy Elliot, Aïda, Tarzan, Beauty and the Beast, Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat en We Will Rock You. Haar vertalingen waren geliefd omdat ze precies datgene wisten te bewaren wat zo moeilijk te behouden is: de grap, het ritme en de emotie — alles tegelijk.

Ook schreef ze televisiescripts, onder meer voor Kees & Co en Jansen, Jansen — een bewerking van de Zweedse serie Svenson & Svenson over het dagelijks leven van een jong gezin in een Almeerse nieuwbouwwijk. In elk genre toonde ze dezelfde kwaliteiten: taalbeheersing, gevoel voor ritme en een feilloze komische timing.

 

Prijzen en onderscheidingen

Edison Award (1968) – Voor de plaat Liedjes uit de tijd van Ot en Sien.

Louis Davids-prijs (1976) – Voor 'Het lelijke jonge eendje' van het album Martine Bijl zingt Andersen.

Gouden Televizier-Ring (1980) – Voor haar presentatie van het boekenweekgeschenk.

Johan Kaart Prijs (1983) – Voor haar theaterprestaties.

Scheveningen Cabaretprijs (1984) – Voor haar eerste grote theatershow.

Gouden Beeld (1998) – Voor haar rol in de comedyserie Het Zonnetje in Huis.

 

Overlijden en nalatenschap

Op 30 mei 2019 overleed Martine Bijl op 71-jarige leeftijd in haar atelier in Maarssen, aan de gevolgen van de hersenbloeding die haar vier jaar eerder had getroffen. Het nieuws schokte Nederland. Collega-artiesten, politici en gewone Nederlanders betuigden hun rouw. André van Duin omschreef haar als 'een alleskunner'. De Belgische zanger Louis Neefs bracht al in 1979 een muzikale ode aan haar: het nummer Martine, met de tekst 'Zie ik jou op televisie, hang ik altijd aan de buis.'

Haar nalatenschap is enorm en veelzijdig: een uitgebreide discografie, een bibliotheek aan vertalingen en boeken, en een collectief geheugen bij generaties Nederlanders. Maar misschien wel haar grootste erfenis is haar schrijfstijl — die combinatie van intelligentie, eerlijkheid, wrange humor en afkeer van alle opsmuk die zo typerend voor haar was en die in het Nederlandse culturele landschap maar zelden haar gelijke kent.

 

 

Over dit verlies schreef haar man Berend Boudewijn het boek,
Wie houdt je warm in de winter.

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.