Gunnar Daan (1939–1970)
Architect en Kunstenaar
Vandaag vieren we de geboortedag van Gunnar Daan, een van de meest markante Nederlandse architecten van zijn generatie.
Verderop in dit blog zij biografie.
De digitale bewerking hierboven en de verjaardagskalender
met 366 bijzondere Nederlanders, zijn made by me, Frieke.
Click op een afbeelding om de kalender te bekijken.
Gunnar Daan: Een eigenzinnig vakman die schoonheid vond in constructie en omgeving
Gunnar Daan (Plasmolen, 15 maart 1939 – Oosternijkerk, 30 oktober 2016) was een van de meest markante Nederlandse architecten van zijn generatie. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met het Noord-Nederlandse landschap, de Friese klei en een bouwkunst die zich nadrukkelijk afzette tegen oppervlakkige trendy architectuur. Wie de vraag stelt wie Gunnar Daan was, stuit op een architect die meer dan een halve eeuw lang bouwen beschouwde als een morele daad: een pleidooi voor eerlijkheid, ambachtelijkheid en contextualiteit.
Dit artikel biedt een uitgebreid overzicht van zijn leven, zijn filosofie en zijn meest invloedrijke projecten – voor iedereen die meer wil weten over deze bijzondere figuur in de Nederlandse bouwgeschiedenis.
Vroege jaren en opleiding (1939–1970)
Gunnar Daan werd geboren in Plasmolen, een klein dorp in de gemeente Mook en Middelaar in Limburg. Hij groeide op in een intellectueel milieu: zijn vader Albert Daan was arts, zijn moeder Maria Johanna (Tietske) Stiemens had een academische achtergrond. De jonge Gunnar bezocht het Gymnasium (Beta) in Deventer, waar zijn analytische en beeldende vermogens zich vroeg ontwikkelden.
Zijn fascinatie voor architectuur wortelde, naar eigen zeggen, al in zijn kinderjaren. Het ouderlijk huis – een slordig bessensapkleurig Palladiaans buitenhuis op een heuvel, omgeven door een Engelse landschapstuin – liet diepe sporen na. De classicistische proporties, de relatie tussen gebouw en natuur: het waren thema's die hij zijn hele leven zou blijven verkennen.
Van 1959 tot 1965 studeerde Daan Bouwkunde aan de Technische Universiteit Delft, de toenmalige opleiding bij uitstek voor aankomende architecten. Na zijn afstuderen deed hij praktijkervaring op bij constructeur Civielco in Leiden en bij architectenbureau K.L. Sijmons. Deze jaren gaven hem een degelijke technische basis, maar ook het verlangen om zijn eigen koers te varen.
Een eigen bureau in het hoge Noorden (1971–2005)
In 1971 startte Gunnar Daan zijn eigen architectenbureau. Drie jaar later, in 1974, vestigde hij zich definitief in het Friese Oosternijkerk – een kleine gemeenschap in het noordoosten van Friesland. Het was een bewuste keuze: het stille, wijdse polderlandschap sloot aan bij zijn architectonische idealen. Hier, ver van de Randstedelijke architectuurwereld, kon hij bouwen op zijn eigen manier.
Zijn bureau groeide geleidelijk uit tot een serieuze praktijk. Later werkte hij samen met Doeke van Wieren, waarna de naam werd gewijzigd in Gunnar Daan Doeke van Wieren Architecten – afgekort GDA of GD Architecten. In 2004 verhuisde het bureau naar het nabijgelegen Birdaard. Op 1 april 2005 nam Gunnar Daan afscheid van zijn eigen bureau; opvolger Bauke Tuinstra zette het werk voort, en in 2009 ging het bedrijf verder onder de naam TWA Architecten.
Ondanks zijn vertrek bleef Daan actief: hij nam deel aan prijsvragen, exposities en concrete bouwopgaven. Hij documenteerde zijn werk en leven minutieus op zijn eigen website, die ook na zijn overlijden in 2016 beschikbaar bleef als visueel en tekstueel archief.
Ontwerpfilosofie: Kritisch Regionalisme en de kracht van het constructieve
De architectuur van Gunnar Daan laat zich moeilijk in één stroming vangen, maar het begrip 'Kritisch Regionalisme' – geïntroduceerd door de architectuurtheoreticus Kenneth Frampton – beschrijft zijn uitgangspunten het best. Deze stroming verzet zich tegen een universele, contextloze architectuur en pleit voor bouwen dat geworteld is in de plaatselijke cultuur, het landschap en de materiaaltraditie.
Gunnar Daan paste deze uitgangspunten toe op de Noord-Nederlandse situatie. Zijn gebouwen lezen als een gesprek met de omgeving: ze interpreteren het bestaande, respecteren de schaal van het landschap en maken gebruik van traditionele materialen als baksteen, hout en staal – maar altijd in een eigentijdse, soms verrassende compositie. Zijn favoriete architect was Andrea Palladio, de Italiaanse Renaissance-meester, wiens werk hij zag als een tijdloos voorbeeld van heldere compositie en proportie.
In de woorden van tijdschrift Forum (1991): "Daans architectuur stelt zich teweer tegen de banaliteit van de vierkante-meter-productie, tegen de flinterdunne vormvondst, tegen de verhalen en scenario's. Hij vertrouwt daartoe op de realiteit van het ontwerp als gebouw, als constructie met een programmatische aanleiding, waarmee schoonheid bereikt kan worden."
Schetsen was zijn grote liefde. Met potlood en kroontjespen legde hij architectonische taferelen vast in rake tekeningen. Hij verbood zijn studenten het gebruik van een gum: elke lijn was onomkeerbaar, en dat vereiste concentratie en nauwkeurigheid. Daan was een meester in het onder spanning zetten van een traditioneel gegeven – een schuur, een boerenhuis, een botenloods – om er architectonische schoonheid uit te destilleren.
Markante projecten
Galerie/Woonhuis Waalkens in Finsterwolde
Het project dat Daan zelf als zijn beste beschouwde, is de galerie met woonhuis in Finsterwolde (Oost-Groningen). Dit ontwerp, gerealiseerd in samenwerking met architect Ton Karelse, viel op door zijn originele geometrie: een gebouw als een oefening in perspectivische ruimtekunst. De plattegrond, afgeleid van een villa van Palladio, bestaat uit twee driehoeken. Het gebouw is maniëristisch in compositie maar van een heldere eenvoud in materiaalgebruik – een synthese van het klassieke en het eigentijdse.
Gemeentehuis Dokkum
Het gemeentehuis in Dokkum is een van Daans bekendste publieke gebouwen. Het ontwerp toont zijn vermogen om representatieve architectuur te verbinden met de Friese bouwtradities en de schaal van de historische binnenstad. Functie en vorm sluiten naadloos op elkaar aan.
Gemeentehuis Zuidhorn
Ook in de provincie Groningen liet Daan zijn sporen na. Het gemeentehuis in Zuidhorn is een helder gecomponeerd overheidsgebouw dat de lokale identiteit respecteert en tegelijkertijd een eigentijdse architectonische taal spreekt.
Botenhuis Roeivereniging De Hunze, Groningen
Het botenhuis van roeivereniging De Hunze aan de Oosterhaven in Groningen is een van Daans meest geliefde kleinere werken. Het gebouw combineert een praktische functie met een fijn ruimtelijk bewustzijn, en is onderdeel geworden van het stadslandschap van Groningen – onder meer als aanlegplaats voor de Sinterklaasintocht.
Uitbreiding Fries Museum
De uitbreiding van het Fries Museum in Leeuwarden toont Daans vermogen om historische context te respecteren en tegelijkertijd nieuwe architectonische energie toe te voegen. Het project laat zien dat hij ook in een stedelijke context overtuigende architectuur kon leveren.
Crystalic, Leeuwarden
Het project Crystalic in Leeuwarden is een eigenzinnig ontwerp dat de grenzen aftast tussen wonen, werk en stedelijke omgeving. Het weerspiegelt Daans brede interesse in het samenbrengen van programma en omgeving.
Het Carillon, Drachten
Het Carillon in Drachten is een woon- en stedenbouwproject dat de typische Daaneske aanpak illustreert: niet spectaculair willen zijn, maar authentiek en verworteld in de plek.
Hoogleraarschap en onderwijs
Naast zijn praktijk als architect was Gunnar Daan een invloedrijke docent. Hij gaf les aan de HTS in Leeuwarden en de Academie van Bouwkunst in Groningen. In 1990 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft – een erkenning van zijn vakkennis en didactische kwaliteiten op het hoogste niveau.
Als docent was Daan een indrukwekkende persoonlijkheid. Zijn kritiek was onverbloemd, zijn taalgebruik rijk en zorgvuldig gekozen. Wanneer hij sprak, werd het stil in de zaal. Zijn langzaam opgebouwde betogen resulteerden in onontkoombare oordelen over het belang van architectuur – zonder snelle retoriek of vluchtige beeldvorming. Studenten herinneren hem als een man die hen leerde kijken: naar proporties, naar licht, naar structuur.
Zijn nalatenschap leeft voort in de ontwerpers die hij opleidde en inspireerde. Zijn leerling Bauke Tuinstra schreef na zijn overlijden: "Naast een aantal krachtige en persoonlijke gebouwen laat Gunnar iets misschien nog wel belangrijkers na: een ontwerphouding die door zijn leerlingen wordt gebruikt om te komen tot ontwerpen die passen in hun omgeving."
Publicaties en tentoonstellingen
Gunnar Daan was niet alleen een bouwer, maar ook een schrijver en tekenaar. In 2001 publiceerde hij samen met Dieuwke van Ooij het boek Een eigen aardig huis (Uitgeverij 010, Rotterdam), waarin twaalf eigenzinnige woningen worden gepresenteerd. Elk huis vertelt iets over de opdrachtgever: soms gebouwd in een woonwijk, op een boerenerf, als werkhuis of vakantiehuis – maar altijd passend bij de bewoners en hun visie op de omgeving.
Het Driemaandelijkse Tijdschrift voor Architectuur wijdde in 1991 een volledig nummer aan zijn werk. In 1995 verscheen de monografie Gunnar Daan, architect van Bernard Colenbrander (Uitgeverij 010, Rotterdam) – deel 9 in de reeks Monografieën van Nederlandse architecten.
Er zijn meerdere overzichtstentoonstellingen over zijn werk gehouden, waaronder een presentatie in het Nederlands Architectuur Instituut (NAi). In 1996 presenteerde hij zijn visie op de dorpsontwikkeling van Oosternijkerk op de Expo, waarbij ideeën van bewoners werden verzameld in een commentaarboek.
Persoonlijkheid en overlijden
Gunnar Daan was een eigenzinnig en soms eenzaam figuur in de Nederlandse architectuurwereld. Hij hechtte meer waarde aan de waardering van vakgenoten dan aan publieke roem. Zijn karakter wordt omschreven als bedachtzaam, zelfverzekerd en doortastend. Hij sprak weinig, maar wanneer hij het woord nam, wist iedereen dat er iets te zeggen viel.
Hij was een broer van drie bekende Nederlanders: bioloog Niels Daan, chronobioloog Serge Daan en kunstenaar Karin Daan – bekendste van de drie, onder meer door het Homomonument in Amsterdam.
In de jaren rondom zijn vertrek bij het bureau raakte hij gefrustreerd over de richting die de architectuurwereld insloeg. In een interview met de Leeuwarder Courant noemde hij zichzelf een 'vergeten architect'. De stroom van necrologie's en herdenkingsartikelen na zijn dood op 30 oktober 2016 – in NRC Handelsblad, Trouw, het Algemeen Dagblad en noordelijke media – toonde aan dat zijn vrees ongegrond was.
Zijn afscheid paste volledig bij wie hij was: een middag in een schuur gevuld met familie, vrienden en collega's, waarna zijn lichaam in zijn oude kajak werd gelegd en per Landrover naar het crematorium in Marsum werd vervoerd. Eenvoud, authenticiteit, karakter – tot het laatste moment.
Gunnar Daan: een blijvende erfenis
Gunnar Daan was geen architect die streefde naar spectaculaire iconen of internationale faam. Hij bouwde voor de plek, voor de mens en voor de toekomst. Zijn gebouwen zijn geworteld in het Noord-Nederlandse landschap en spreken een taal van eerlijkheid, constructieve helderheid en ambachtelijk vakmanschap.
Zijn belang voor de Nederlandse architectuurgeschiedenis is moeilijk te overschatten. Als pionier van het Kritisch Regionalisme in Nederland liet hij zien dat bouwen in de traditie geen terugkeer naar het verleden is, maar een levend gesprek met de plek. Zijn werk blijft inspireren – niet alleen door de gebouwen die staan, maar door de denkwijze die hij heeft doorgegeven aan een nieuwe generatie architecten.
Voor wie de Nederlandse architectuurgeschiedenis wil begrijpen – en in het bijzonder de Friese en Groningse bouwtradities – is Gunnar Daan een onmisbare naam.
Bronnen en verdere literatuur
Colenbrander, Bernard (1995). Gunnar Daan, architect. Uitgeverij 010, Rotterdam. ISBN 90-6450-217-X.
Daan, Gunnar & Van Ooij, Dieuwke (2001). Een eigen aardig huis. Uitgeverij 010, Rotterdam. ISBN 90-6450-412-1.
Forum, Driemaandelijks Tijdschrift voor Architectuur, nr. 35/3 (1991). Frank Wintermans.
Reactie plaatsen
Reacties